De Verzorging
Wat u zelf kan en moet doen!
Natuurlijk is het dagelijks onderhoud van de vacht een taak van de "baas". U kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen! Zo leert uw hond de kam en/of borstel net zo makkelijk te accepteren als zijn etensbak. Komt u rustig langs voor advies welke borstel en/of kam de juiste is en hoe het beste geborsteld kan worden.
Wat gebeurt er met uw hond in de trimsalon?
Wanneer u uw hond naar een trimsalon brengt, moet u hem enkele uren afstaan. Dit is noch voor u, noch voor uw hond leuk. Maar u kunt het ook onnodig moeilijk maken.! Hoe langer u uw hond blijft knuffelen, hoe onzekerder hij wordt. Het moet toch gebeuren en hij is in goede handen. Het beste is dat u eventuele wensen van tevoren telefonisch kenbaar heeft gemaakt, zodat u het afscheid kort kunt houden. Uw hond wordt dan mee naar de trimsalon gebracht en daar wordt hij op een trimtafel gezet. Dit zal de eerste keer even vreemd zijn, maar dat went snel. Het is opvallend hoe rustig de meeste honden zich laten behandelen en genieten van alle aandacht die ze krijgen. De vacht van de hond wordt nu helemaal doorgekamd en eventuele klitten worden verwijderd. (Wanneer u uw hond regelmatig goed heeft gekamd kunt u hem het ontklitten besparen.) Daarna wordt uw hond, afhankelijk van het vachttype, getrimd.
Op de foto: Het knippen van een voorbeen
Indien uw hond gewassen wordt, zal hij nu het bad in gaan, waarna hij met een föhn weer gedroogd wordt. Wanneer de vacht geheel droog is, kan de hond verder worden afgewerkt en in model worden gebracht. In middels zijn we enkele uren verder en kunt u hem komen halen. Na het trimmen kan het zijn dat uw hond zich een beetje "vreemd" gedraagt, zoals springen, met de kop schudden en zijn lichaam besnuffelen. Dit is te vergelijken met iemand die zijn haar pas heel kort heeft laten knippen. Uw hond moet ook wennen aan zijn nieuwe uiterlijk en aan het "gevoel". En…u vergeet natuurlijk niet uw hond te vertellen hoe mooi hij geworden is! Want uw hond is altijd de mooiste!
op de foto: Het oor wordt uitgeplukt
Waarom naar een trimsalon?
In feite is voor bijna iedere hond een regelmatig bezoek aan de trimsalon aan te raden. Ook kruisingen en kort-harige honden kunnen verschrikkelijk verharen! Afhankelijk van de vacht van de hond, houdt trimmen in: scheren, knippen, uitdunnen, plukken, strippen, wassen, kammen en/of borstelen.
Bouviers, Schnauzers, de meeste terriërrassen en alle overige ruwharige honden worden geplukt. Dat wil zeggen dat de bovenste dode haarlaag met de hand of met een trimmes verwijderd wordt, zodat de nieuwe vacht alle ruimte krijgt om zich optimaal te ontwikkelen. Wanneer u dit zou nalaten loopt u het risico dat uw hond jeukklachten krijgt, zich gaat stukbijten en bij de dierenarts terecht komt. Spaniels, Setters, Retrievers etc. worden waar mogelijk uitgeplukt en verder met een speciaal getande schaar uitgedund en gemodelleerd. Poedels en honden met hetzelfde vachttype worden geschoren en/of geknipt in elke gewenst model. In de winter kunt u uw hond ook laten trimmen, eventueel kan de vacht wat langer blijven. Bedenk echter dat honden meer last van vocht dan van kou hebben en …lang haar blijft lang nat. Denk niet dat trimmen onnatuurlijk is, maar bedenk dat er geen huishonden in de natuur voorkomen.
Ook hoort bij een trimbeurt het schoonmaken van de oren, knippen van de nagels, verwijderen van teken, het eventueel behandelen van verstopte anaalklieren. Bovendien zal ik niet aarzelen om, indien nodig, u door te verwijzen naar de dierenarts.
Tips
Laat uw hond goed uit voor u hem naar de trimsalon brengt. De behandeling zal enige uren in beslag nemen en het is vervelend als de hond zijn behoefte zolang op moet houden. |
|||
|
Probeer uw hond zo droog mogelijk naar de trimsalon te brengen, aangezien een natte vacht niet behandelbaar is. |
||
|
Overleg het eerst wanneer u van plan bent uw hond voor zijn trimbeurt in bad te stoppen. Veel vachten zijn namenlijk moeilijk te behandelen na een wasbeurt. |
||
|
Indien uw hond een medische afwijking heeft en/of een besmettelijke aandoening (kennelhoest, ringworm ed.) en/of loops is, wil ik dat graag van tevoren weten. |
||
|
Breng de hond altijd aan de lijn. |
|
|
|
Breng uw hond nooit met een volle maag. |
|
|
|
Tenslotte nog het verzoek uw hond vrij van vlooien te brengen. Er zijn goede bestrijdingsmiddelen en het is een sprookje dat elke hond vlooien heeft. Dit is niet waar! |
|
|
|
|
|
De kin wordt geknipt |
Vlooien bij huisdieren
Een veel voorkomend probleem bij huisdieren is de aanwezigheid van vlooien. De aanwezigheid van deze kleine bruine, zijdelings afgeplatte, diertjes leidt vaak tot heftige jeuk en krabben bij uw huisdier. Het is niet altijd even makkelijk om een vlooien besmetting vast te stellen. Vooral bij dichtbehaarde of langharig dieren zijn deze kleine watervlugge insekten moeilijk te vinden. Bovendien leven vlooien niet op dieren, ze eten er alleen maar. Na dat ze hun buik volhebben verdwijnen ze snel naar de omgeving van uw huisdier; in de meeste gevallen uw huis. Uit onderzoek is gebleken dat 99% van de vlooien in de omgeving zitten en slechts 1 % op uw huisdier. De vlo die u bij uw dier ziet is dus het topje van de ijsberg!! U kunt daarom beter uit kijken naar de aanwezigheid van vlooiepoepjes: kleine zwart-bruine korreltjes die zich tussen de haren bevinden.

De vlo
Er komen twee soorten vlooien voor nl. de hondevlo en de kattevlo. Hiervan komt de kattevlo veruit het meeste voor, ook bij honden. Om zich te kunnen voortplanten heeft de vlo een bloedmaaltijd nodig. Hierna legt de vlo enige tientallen tot honderden eitjes, die in de direkte omgeving van uw huisdier (uw huiskamer) op de grond vallen. Na 6-8 weken, bij warm weer veel sneller, hebben zich uit de vlooie-eitjes weer nieuwe vlooien ontwikkeld. Deze zoeken weer een nieuwe gastheer op. Vooral na vakanties kan dit op grote schaal gebeuren (vlooienplaag !). Aangezien de eieren ook in huis liggen kunnen onze dieren ook midden in de winter vlooien krijgen.
Gevolgen
Om aan bloed te komen bijt de vlo een klein bloedvat aan en zuigt het hieruit stromende bloed op. Om te voorkomen dat dit bloed gelijk stolt spuit de vlo een klein beetje speeksel in de huid. Dit speeksel bevat een eiwit wat de bloedstolling remt. Sommige dieren vertonen echter een allergie voor vlooienspeeksel. Een vlooiebeet kan dan al veroorzaken dat het dier zich gedurende 5-7 dagen geen raad weet van de jeuk. Honden bijten dan het achterste gedeelte van hun rug open, vaak tot bloedens toe. Later vertoont dit deel van de rug kale plekken. Bij de kat zijn vaak over de hele rug tientallen kleine bultjes en korstjes te voelen. Het achterste gedeelte van de rug kan kale plekken vertonen. Het voortdurende likken en bijten van de vacht leidt soms tot de vorming van haarballen in de maag en tot braken met de kans op vermagering. Deze vorm van allergiesymptomen (overgevoeligheid) kunnen zowel bij de hond als bij de kat snel en effectief worden bestreden. Daarbij moeten de vlooien afdoende, grondig en langdurig, worden bestreden.
Vlooienbestrijding
Voor de bestrijding van de lintwormen is dan ook naast het ontwormen, het van het grootste belang dat de VLOOIEN bestreden worden. Deze zorgen steeds weer voor een nieuwe besmetting. U merkt dit doordat de lintwormen na 3-5 weken weer terug lijken te komen.

Voor de bestrijding van vlooien staan ons vele middelen ter beschikking. Hiervan zijn er maar enkele afdoende. Bij langharige honden zijn druppels of tabletten met een insecticide geschikt als effectief bestrijdingsmiddel. Uitsluitend bij kortharige honden kunnen ook vlooiebanden worden gebruikt . Nieuw zijn de spray's op pyrethrine basis (oa. Defendog), deze worden op de vacht van de hond gespoten en bieden 2 maanden bescherming. Ze zijn effectief, milieuvriendelijker, veilig voor warmbloedige dieren en niet duur in gebruik. Als laatste kan men tabletten gebruiken met een groeiremmer erin (Program), deze stof heeft geen effect op de volwassen vlo, maar verhinderen het uitkomen van de eieren. Hierdoor sterven de vlooien binnen enkele maanden uit. Bij grote hoeveelheden vlooien is het verstandig om dit middel de eerste maanden te kombineren met een middel tegen de volwassen vlo. Ook Program is effectief, veilig en milieuverantwoord. Program is zowel voor de hond als voor de kat verkrijgbaar. Daarnaast zijn bij katten zowel de vlooiendruppels als de tabletten een geschikt middel. Kortharige katten kunnen met een vlooieband (met elastiekje !) goed behandeld worden. Jonge dieren, tot 3 maanden, kunnen 1 keer per week worden ingepoederd met vlooienpoeder. Biobandjes, homeopatische vlooiendruppels en halsbandzendertjes hebben helaas geen aantoonbaar effect op de vlooien. Shampoo's, sprays en poeders zijn alleen geschikt als aanvullend middel bij de bestrijding van vlooien, omdat ze slechts kort werken en dus niet 100% afdoende zijn. Voor een effectieve bestrijding dient U ook de ligplaatsen van uw huisdier alsmede de direkte omgeving te behandelen als ook goed te stofzuigen. Hiervoor zijn tegenwoordig goede middelen beschikbaar. Nieuw en zeer effectief zijn spuitbussen met zogeheten groei remmers, deze pakken niet alleen de vlooien en hun larven aan, maar gaan ook het uitkomen van de eieren (neten) tegen. Een extra voordeel is dat niet zo vaak gespoten hoeft te worden, één keer per 3 maanden is voldoende.
Lintwormen
Zowel bij de hond als ook de kat wordt de meest voorkomende lintworm overgebracht door vlooien. De met lintworm-larven besmette vlooien worden bij het verzorgen van de vacht door uw huisdier gevangen en opgegeten. In de darm komen deze lintwormlarfjes bij vertering van de vlo vrij en groeien dan uit tot volwassen lintwormen. Van deze lintwormen treffen we de losgelaten segmenten, als rijstekorrel grote witte stukjes, aan op de ontlasting. De lintwormen zijn goed te bestrijden met lintworm-tabletten. Om te voorkomen dat de lintwormen telkens terugkeren, dienen echter ook de vlooien te worden aangepakt. Lintwormbestrijding zonder een afdoende vlooienbestrijding is dan ook niet goed mogelijk.
Samenvatting
Heeft uw dier last van vlooien, pak het grondig aan. Behandel het dier en zijn omgeving. Gebruik middelen die effectief en veilig zijn (oa voor kinderen).
bronvermelding: Dierenkliniek Leidsche Rijn
Hoe vaak moet uw hond naar de trimsalon?
Hoe vaak een hond moet worden getrimd is heel verschillend en afhankelijk van de vacht. Maar om u toch een idee te geven:
Om tenslotte nog een sprookje de wereld uit te helpen: uw hond wordt tijdens een trimbeurt niet verdoofd! Het kan voorkomen dat uw hond wel moe is na een trimbeurt. Ik hoop uw hond spoedig in mijn trimsalon te mogen begroeten!
Artikelen
Is trimmen onnatuurlijk?
Wandelend met een Poedel of Maltezer wordt veelvuldig de opmerking gehoord dat het uiterlijk van de hond op een onnatuurlijke manier bewerkt is. Men vindt het dier zielig en voor gek lopen. In hoeverre zijn deze opmerkingen terecht?
Poedel = wolf
Van oorsprong stammen al onze honden af van de wolf, Ook de Poedel en de Maltezer. Dat ze er niet meer op lijken hebben wij mensen in al onze wijsheid veroorzaakt. Al honderden jaren werden de diverse wolven afstammelingen geselecteerd op hun werkeigenschappen. Sommigen leerden hoeden van schapen en koeien, anderen hielpen bij het waken over hof en haard. Niet alleen hun gedrag werd naar onze eisen veranderd, ook het uiterlijk kon "beter" vonden wij. Grote langharige witte honden bij de kudden op de bergen, zwarte kortharige honden voor de bewaking. Schaapshonden gingen qua beharing op schapen lijken en de honden die veel in het water werkten kregen ook een "aangepaste" jas. Kleuren, verschillende vachtstructuren, het kon (en kan) niet op. Dat de wolf een jas heeft die voor alle weersomstandigheden geschikt is, daar stapten we overheen.
De terrierachtige honden die als hulp bij het bestrijden van vossen en dassen werkten kregen een harde draadachtige vacht, dit beschermde hen tegen struiken en uitsteeksels in de burchten van hun prooi. De poedelachtigen die veelvuldig te water moesten als apporteur, werden al lang geleden getrimd. De achterhand werd kort geschoren om hen meer stroomlijning en kracht in het water te geven en de voorhand bleef behaard ter bescherming van hart en longen. De herders werden voorzien van een flinke kraag opdat zijn in het gevecht ter verdediging van de kudde, met hun voorvader wolf, niet teveel schade op zouden lopen. Zo had iedere vachtstructuur zijn "functie".
Toen de werkeigenschappen nog nummer 1 stonden op het lijstje van de fokkers viel het met de hoeveelheid haar wel mee. De extreme vachten zijn van de laatste 100 jaar. Veel honden verloren hun oorspronkelijke taak en de "schoonheid" van een ras kwam voorop te staan. Raspunten werden opgesteld en deze criteria gingen meestal niet over de werkeigenschappen maar over het uiterlijk van de rassen. Schoonheid gaat meestal gepaard met veel haar (miss World heeft ook vaak mooi lang haar) in ons menselijk denken. Ook de honden is dit niet bespaard gebleven, de werkende Old English Sheepdog (Bobtail) van 100 jaar geleden zag er toch iets anders uit dan het huidige exemplaar wat we tegenwoordig op straat en de shows tegenkomen. Voor de "werker" was het ook geen enkel probleem om 1x per jaar tezamen met de schapen geschoren te worden. De schapen worden tegenwoordig al 2x per jaar geschoren en zo vergen ook onze huidige rassen veel meer onderhoud.
Huiskamer
Met het verliezen van zijn "werk" kreeg de hond ook een andere functie namelijk die van gezelschapsdier. De meeste honden leven met ons in het gezin en in huis. Ook daardoor worden andere eisen aan de vachten gesteld. De hond moet schoon en fris ruiken en zijn verhaarperiode zo min mogelijk overlast op kleed en bank veroorzaken. Allemaal redenen om de vachtverzorging niet aan de natuur over te laten maar die zelf ter hand te nemen. Tevens hebben bijvoorbeeld oren en nagels van onze huishonden extra zorg nodig. De oren zijn vaak overvuld met haar wat weer nare ontstekingen kan veroorzaken, dit overtollige, nutteloze, haar moet er uit geplukt worden. Doordat onze honden naar verhouding weinig lopen op een harde ondergrond (en er in de fokkerij niet altijd op de voetstand gelet wordt bij harige rassen) kunnen de nagels te ver doorgroeien. Te lange nagels kunnen afscheuren en een verkeerde voetstand veroorzaken of bevorderen.
Verantwoording
Door de hond in ons leven en huis te halen hebben we dus niet alleen de taak op ons genomen om hem geestelijk bezig te houden en stimuleren (spel en training), te voeden (welke voeding is het beste voor mijn hond) maar ook te zorgen voor een optimale vachtverzorging. De hond heeft niet gevraagd om zijn, soms extreme, jas en moet daar dus ook geen last van hebben. Dat het daar wel eens aan schort zal menig hondentrimmer en dierenarts kunnen beamen. Zwaar verviltte vachten, extreem lange nagels en stinkende oren zijn helaas geen uitzondering. Toch zijn al deze mensen enthousiast aan hun hond begonnen. Vachtverzorging is dus moeilijker dan het lijkt.
Materiaal keuze
Vaak wordt gedacht dat het borstelen van een hond even eenvoudig is als het borstelen van ons eigen haar. Onze haarstructuur is echter veelal niet te vergelijken met die van een hond. Neem alleen al het feit dat wij een vachtje op ons hoofd en de hond die overal heeft. Ook op plaatsen waar wij er niet zo gauw aan denken, tussen tenen, achter de oren en ellebogen kan een hond dus klitvorming krijgen. Een klit is pijnlijk voor een hond. Doordat het haar in elkaar draait gaat het aan de huid trekken, door deze ervaring kan de hond zelf proberen de klit, met zijn tanden of door krabben, te verwijderen en kan daardoor zelfs zijn huid beschadigen. Met goed materiaal kan dit voorkomen worden. Als stelregel kan genomen worden; hoe dikker en langer de vacht, hoe grover de kam die gebruikt moet worden. Een kam met lange tanden die ver uit elkaar geplaatst zijn kan veel hondenleed voorkomen worden en kan vele bazen gemak bezorgen
.
Plukken
Binnen de verschillende vachtstructuren neemt de plukvacht een bijzondere positie in. De dichte zachte ondervacht met de draadachtige bovenlaag zijn vooral bij terriers bekend maar ook diverse andere jachthonden, teckels en schnauzers hebben een draadharige vacht. Het harde haar beschermde de honden tegen beschadigingen door struikgewas en in de nauwe pijpen van het roofwild waar zij op jaagden. Terwijl de harde bovenvacht strak aan het lichaam aan ligt en hierdoor een ondoordringbare barrière voor regen en andere natte weersinvloeden is, houdt de onderwol de dieren warm. Een perfecte outfit voor een sportieve hond die tegen een stootje kan. Het harde haar is tevens vuilafstotend. Door het dagelijkse werk van de honden en een, relatief, minder zware vacht was het mogelijk dat de honden zichzelf "plukten" doordat zij zich bijvoorbeeld door doornige struiken en braambossen moesten worstelen.
Ruwhaar in de trimsalon
Om de bijzondere structuur van een ruwhaar te behouden is tegenwoordig meer nodig dan racen door het struikgewas. De vachten zijn dikker geworden en de leefomstandigheden vragen om een meer gesoigneerde hond. Net als vele andere honden zal de ruwhaar minimaal 4 maal per jaar naar de trimsalon gaan om getrimd en gemodelleerd te worden. Daar waar het voor bijvoorbeeld een poedel niet uitmaakt of hij geknipt of geschoren wordt is de juiste techniek voor een ruwhaar wel degelijk van belang. De structuur en kleur hangt namelijk samen met de wijze van trimmen. Dit maakt de ruwhaar ook voor trimmers een bijzondere hond. De ruwe bovenvacht verhaart niet uit zichzelf. Het afgestorven haar, wat van bijvoorbeeld een labrador zich in wolkjes verzamelt onder de bank in de huiskamer, blijft in de huid zitten. Hierdoor vind je van een ruwhaar nauwelijks haar in huis maar heeft hij wel hulp nodig om het dode haar kwijt te raken. Dit gebeurt door plukken met duim en wijsvinger of met behulp van een zogenaamd trimmes. Het woord trimmes geeft eigenlijk een verkeerde techniek aan. Het is niet de bedoeling dat het haar afgesneden wordt maar met behulp van het trimmes, wat dan ook altijd bot moet zijn, wordt het haar met, dode, wortel en al uitgetrokken. Wanneer we dit zouden vergelijken met ons eigen haar lijkt dit een heel pijnlijke geschiedenis. Deze vergelijking gaat dus ook niet op. Als op de juiste manier geplukt word voelt de hond absoluut geen pijn! Zolang de huid maar goed strak wordt gehouden en er kleine plukjes tegelijk worden geplukt (bij gevoelige plekjes haar voor haar)
Scheren van plukvachten
Wanneer een ruwhaar niet geplukt maar geknipt of geschoren wordt gebeuren er bijzondere dingen met de vacht. De structuur veranderd van ruw en stug in zacht, krullerig en fluweelachtig en de kleuren vervagen tot een grauw geheel. Dit komt doordat de dode haarwortels in de huid blijven zitten en er hierdoor niet voldoende plaats is voor de nieuw ontwikkelende haar. De nieuwe haar boet aan kracht in met voorgaand resultaat. Met het knippen of scheren verdwijnt dus ook de functionaliteit van het ruwe haar. De honden worden snel nat tot op hun huid en ook de vuilafstotende functie is niet langer aanwezig. Bijna alle voordelen van een ruwharige vacht worden binnen 2 scheerbeurten te niet gedaan, alleen de niet verharende capaciteit blijft meestal bestaan. Is de ruwharige vacht in originele staat een zeer gebruiksvriendelijke vacht met weinig onderhoud, in geschoren toestand is het al gauw een viezige hond waar aan ook veel meer gekamd, geborsteld en gewassen moet worden.
Een enkele keer kunnen de omstandigheden zo zijn dat een trimmer een ruwhaar onmogelijk kan plukken en wel moet scheren. Een hond kan door ziekte of leeftijd de pluksessie niet meer aan of is dusdanig verwaarloosd dat de vacht een viltmassa geworden is. Deze uitzonderingen zijn ongeveer 2% van alle plukhonden. Helaas worden er ook wel wat honden uit onkunde of gemakzucht geschoren.
Een strak in de vacht zittende Fox, Airedale of West Highland White Terrier is een lust voor het oog en straalt spirit en vitaliteit uit.
Puppy's eerste trimbeurt
Bij de geboorte zijn pups, qua uiterlijk, zeer gelijkvormig. Hun gewicht varieert van 100 (yorkshire terrier) tot 500 gram (mastiff) maar om al te herkennen om welk ras het gaat is vaak moeilijk zeker wanneer de moeder niet aanwezig is. Zelfs ervaren kynologen kunnen hiermee lelijk op hun neus kijken. Behalve dat hoofd en lichaamsvorm per ras zo goed als gelijk zijn, zijn ook kleur en beharing vaak nog aan grote veranderingen onderhevig tijdens de opgroei. Een zeer jonge pup lijkt dus vaak nog helemaal niet op de uiteindelijke hond die hij gaat worden.
Voor wat betreft de kleur zijn de Dalmatische Hond en Australian Cattle Dog zeer goede voorbeelden. Beiden worden wit met een of meerdere duidelijke, grote, vlekken geboren. De bekende "rijst met krenten" vlekken van de Dalmaat en de gespikkelde vacht van de Cattle Dog laten zich pas in de loop der weken zien. Een zilvergrijze hond wordt veelal zwart geboren, zo ook de peper en zout Schnauzer, en diverse terrierrassen laten als boreling zeer weinig van hun tan-patroon zien. Zeer sterk gekrulde vachten laten al in de eerste uren na hun geboorte een golving van de beharing zien, vele anderen blijven enige tijd, dagen, een kortharig uiterlijk houden. Net als bij mensen is de beharing van veel zachtere en vaak dunnere structuur dan de volwassen haardos. Na enkele weken zal deze puppyvacht dan ook wat piekerig af gaan staan en is daaronder de nieuwe vacht zichtbaar.
Van belang voor iedere hond, maar zeker voor exemplaren van de diverse trimrassen, is het leren omgaan met gekamd en geborsteld te worden. De zachtere, dunnere puppyvacht leent zich uitstekend voor deze oefening. Voor het klitvrij houden is kammen en borstelen nog niet echt noodzakelijk en de pup leert op een vrij makkelijke wijze dat dit ritueel bij het verdere leven hoort. Kammen en borstelen dient vanaf het begin als een serieuze zaak gezien te worden. Speels happen in kam of borstel kan dus niet geaccepteert worden. Wanneer het kammen en borstelen op een tafel gebeurt zal dit een prima uitwerking hebben op de rug van de baas, begrijpt de pup eerder dat het geen speelkwartier is en is hij ook vast voorbereidt op de situatie in de trimsalon. Voor diverse rassen wordt het bezoek aan de trimsalon namelijk onderdeel van hun leven. Een frequentie van 12 tot 2 maal per jaar kan heel normaal zijn. Wat is er mooier dan wanneer de hond dit zonder angst en vrijmoedig ondergaat. De fokker en eigenaar kunnen hier de ondergrond voor leggen.
Aan de hand van 2 praktijk voorbeelden uit trimsalons laat ik het verschil zien tussen een optimale en een mindere gewenning aan kammen, borstelen en trimmen;
Basje, een abrikoos poedel, was 9 maanden oud toen hij voor het eerst bij de trimsalon werd gebracht. Zijn baasjes hadden bij het maken van de afspraak vermeldt dat hij nogal in de vacht zat en niet van kammen en borstelen hield........Bij binnenkomst hadden we even moeite om de voor en achtkant van elkaar te onderscheiden maar gelukkig sprong hij vrolijk tegen ons op en probeerde onze handen te likken, DAT moest dus de voorkant zijn. Bij nadere inspectie van de vacht bleek onder de rastakrullen een ware viltlaag te zitten, er was dus geen mogelijkheid voor een mooie puppyknip, kortscheren was de enige optie om van deze vacht verlost te raken. Basje kreeg eerst de gelegenheid om wat rond te kijken en aan de geluiden van fohns en scheermachines te wennen. Na een halfuurtje was het tijd voor zijn metamorfose. Basje werd op tafel getild en voor zijn eigen veiligheid aan een halsbandje vastgezet. De paniek sloeg toe, Basje had nog nooit op een tafel gestaan, laat staan vastgebonden. Met alle geweld wilde hij weg, springen, trekken piepen we hadden onze handen vol aan hem. Toen hij wat gekalmeerd was introduceerden wij de tondeuze. Wederom een rolberoerte voor Basje, nog nooit eerder was zo'n machine zo dicht bij hem geweest. Uiteindelijk hebben we Basje met zn tweëen moeten behandelen: 1 trimmer om hem rustig te houden en te zorgen dat hij in zijn paniek niet zichzelf zou beschadigen en 1 trimmer om het eigenlijke werk te leveren. Na twee en een half uur was hij een zeer slank hondje met stakerige pootjes geworden maar één die zich in ieder geval weer normaal kon bewegen en weer uit z'n ogen kon kijken zonder hiervoor zijn lokken over z'n schouder te moeten gooien.
Of Basje een fijne eerste ervaring had? Nee dus, hoogstwaarschijnlijk zal hij ons trimmers nooit aardig gaan vinden. Helaas voor Basje, maar ook voor alle trimmers die dit vak hebben gekozen omdat ze graag op een leuke manier met honden omgaan en zich deze mogelijkheid ontnomen zien door de manier waarop ze Basje hebben moeten trimmen, door de toestand waarin zijn vacht zich bevond en zijn onvermogen om zich met 9 maanden nog aan te passen aan de situatie in de trimsalon.
In dezelfde week had ook Boris een afspraak, ook 9 maanden maar een Airedale Terrier. Boris kwam kwispelend binnen, de bak met koekjes wist hij nog te staan en hij ging er netjes voor zitten. Boris kwam niet voor het eerst. Met 15 weken kwam hij voor het eerst, maakte hij met z'n lompe puppyvoeten onze trimsalon onveilig, rende door de haren en probeerde de bezem te vangen als wij veegden. Ook stond hij die keer een uurtje op de trimtafel. Hij werd geborsteld en gekamd en zijn puppypluis werd uitgeplukt. Aangezien dit dus een redelijk dun laagje is, was het plukken voor Boris en ons een kleine moeite en vond hij het helemaal niet erg. Op tafel staan had hij trouwens al bij de fokker geleerd die hem iedere dag even op de tafel zette, zijn oren en ogen bekeek, zijn gebit inspecteerde en hem even in "showstand"zette. De eigenaar had dit trouw voortgezet. Na deze 1e keer huppelde Boris vrolijk met zn baas de deur uit onderweg nog eens omkijkend of hij niet echt nog een koekje kon bietsen. Met Boris' baas was de afspraak gemaakt dat hij iedere 2,5 maand getrimd zou worden. De huidige afspraak van Boris was dus de 3e maal in zijn leven in de trimsalon. Behalve de koekjes weet hij ook waar "zijn" tafel is en zet er zelfs al zijn voorvoeten op om een kontje te krijgen. Tijdens het trimmen deelt hij pootjes uit aan iedereen die voor zijn tafel langsloopt. Het plukken van zijn billen vindt hij niet echt succesvol maar na een vermanend woord van ons legt hij zich bij de situatie neer, het leven van een Airedale gaat nu eenmaal niet altijd over rozen. Na de plukbeurt gaat hij rustig in een hok liggen wachten tot zijn baasje hem weer komt halen.
Trimmen is stress voor een hond? Niet voor Boris in ieder geval. Door een goede voorbereiding van fokker en eigenaar, het bijtijds inschakelen van de trimsalon is een trimbeurt voor Boris de normaalste zaak van de wereld.